| Actualiteit | De nieuwe gemeente | Het fusieproces | Uw eigen gemeente | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
- Op weg naar de fusie >
- Het fusieproces >
- Fusies in soorten en maten >
- Fusies in soorten en maten >
- Fusies in soorten en maten
Fusies in soorten en maten
Pas na Napoleon en de komst van het kadaster (1832) kon je in Nederland serieus herindelen. In 1522 werd de grens tussen Petten en Callantsoog nog omschreven als "de plek vanwaar je door de klokgaten van de kerktoren van Schagen kon kijken".
Hoe ontwikkelden herindelingen zich?
Hoe ontwikkelden herindelingen zich?
Er zijn vier fasen in de groei van steden:
• Een historisch stadscentrum.
• Steden groeien uit en smelten samen tot een agglomeratie.
• Suburbanisatie, oftewel er vormt er zich een stadsgewest.
• Stedelijke zones waarin de steden en stadsgewesten een functioneel geheel gaan vormen.
Motieven voor gemeentelijke herindeling zijn
• Steden groeien uit en smelten samen tot een agglomeratie.
• Suburbanisatie, oftewel er vormt er zich een stadsgewest.
• Stedelijke zones waarin de steden en stadsgewesten een functioneel geheel gaan vormen.
Motieven voor gemeentelijke herindeling zijn
• Hoe meer mensen, hoe groter het ambtelijk apparaat en de bestuurskracht.
• Het voorzieningsniveau kan beter op peil worden gehouden.
• Lagere kosten
• Extra en goedkopere ruimte
• Het voorzieningsniveau kan beter op peil worden gehouden.
• Lagere kosten
• Extra en goedkopere ruimte
Grote steden hebben niet de macht bovengemeentelijke problemen aan te pakken en moeten zelf weer concurreren met andere Europese steden. Deze problemen en het geldprobleem kan op worden gelost door het vormen van stadsprovincies en grootstedelijke herindelingen (deelgemeenten). De stadsbesturen geven dan bevoegdheden af aan de stadsprovincie. Het vervangt voor een deel de provincie en de stadsbesturen. Door stadsherindelingen versterken de centrumgemeenten.
Wat is de rol van de middelgrote gemeenten daarin?
Een gemeentelijke herindeling is succesvol als de nieuwe gemeente meer bestuurs- en daadkracht heeft, zoals meer ambtenaren, minder bouwproblemen, betere infrastructuur. De kwaliteit van diensten moet ook verbeteren en de gemeentegrens moet samenvallen met de acceptatie van mensen. Is aan deze 4 voorwaarden voldaan, dan is een gemeentelijke herindeling succesvol geweest. Betekent dat vooruitgang of bereik je vooral dat je niet achteruitholt qua economische en sociale structuur?
De geschiedenis
Pas na de vestiging van het Koninkrijk Holland en de komst van de Fransen die een gemeentewet invoerden, was er sprake van een vorm van gemeentebestuur. Toen de Franse vertrokken was er een neiging weer terug te vallen in het oude systeem, maar Thorbecke ontwierp 150 jaar geleden (1848) een gemeentewet. Met het criterium dat je op z’n minst 25 kiezers moest kunnen mobiliseren om van bestuur te kunnen spreken. Als gevolg daarvan slonk het aantal gemeenten langzaamaan, maar pas tussen de twee wereldoorlogen (de crisisjaren) kwam er een trend op gang in fusies. Gewoon omdat een minimaal voorzieningenniveau niet te handhaven viel bij te kleine gemeenten. Vooral Amsterdam groeide snel door het inlijven van randgemeenten.
Hoe snel gaat de ontwikkeling?
Wat is de rol van de middelgrote gemeenten daarin?
Een gemeentelijke herindeling is succesvol als de nieuwe gemeente meer bestuurs- en daadkracht heeft, zoals meer ambtenaren, minder bouwproblemen, betere infrastructuur. De kwaliteit van diensten moet ook verbeteren en de gemeentegrens moet samenvallen met de acceptatie van mensen. Is aan deze 4 voorwaarden voldaan, dan is een gemeentelijke herindeling succesvol geweest. Betekent dat vooruitgang of bereik je vooral dat je niet achteruitholt qua economische en sociale structuur?
De geschiedenis
Pas na de vestiging van het Koninkrijk Holland en de komst van de Fransen die een gemeentewet invoerden, was er sprake van een vorm van gemeentebestuur. Toen de Franse vertrokken was er een neiging weer terug te vallen in het oude systeem, maar Thorbecke ontwierp 150 jaar geleden (1848) een gemeentewet. Met het criterium dat je op z’n minst 25 kiezers moest kunnen mobiliseren om van bestuur te kunnen spreken. Als gevolg daarvan slonk het aantal gemeenten langzaamaan, maar pas tussen de twee wereldoorlogen (de crisisjaren) kwam er een trend op gang in fusies. Gewoon omdat een minimaal voorzieningenniveau niet te handhaven viel bij te kleine gemeenten. Vooral Amsterdam groeide snel door het inlijven van randgemeenten.
Hoe snel gaat de ontwikkeling?
Je kunt een grove verdeling in de tijd maken: begin negentiende eeuw 1236 gemeenten, 1999 nog 538 en nu ruim 400. In 1900 was ruim 80 pct van alle gemeenten minder dan 5000 inwoners groot. Daar halen we nu de neus voor op. In 1998 woonde er 40 pct van alle gemeenten meer dan 20.000 mensen.
Streekontwikkeling kwam daarna. De Tweede Nota over de Ruimtelijke Ordening in 1966 zette het begrippen streekontwikkeling, ‘De Randstad’ en verstedelijking van de samenleving op de kaart. Den Haag, Rotterdam, Zaanstad annexeerden er op los, vaak door financiële argumenten gevoed. Eind jaren negentig volgde de beleidsnotitie Gemeentelijke Herindeling van Bram Peper. Hij loodste in 1998 het wetsvoorstel voor de herindeling Bommelerwaard door de Eerste Kamer.
Herindelingen worden complexer en meer omstreden: Overijssel (Twente van 22 naar 12 gemeenten en West-Overijssel van 20 naar 10) met onder meer de vorming van Twentestad door samenvoeging van Enschede, Hengelo en delen van Borne. In Noord-Holland zou de provincie optermijn graag heel West-Friesland tot een streekgemeente maken. Gedacht wordt ondermeer aan een stedenband aan de oostkant (Hoorn naar Enkhuizen) en een groene, agrarische zone er tegenover, twee componenten die steeds meer naar elkaar toe groeien. Vooralsnog ziet dat er niet naar uit. Allerlei andere opties zijn nog open.
Streekontwikkeling kwam daarna. De Tweede Nota over de Ruimtelijke Ordening in 1966 zette het begrippen streekontwikkeling, ‘De Randstad’ en verstedelijking van de samenleving op de kaart. Den Haag, Rotterdam, Zaanstad annexeerden er op los, vaak door financiële argumenten gevoed. Eind jaren negentig volgde de beleidsnotitie Gemeentelijke Herindeling van Bram Peper. Hij loodste in 1998 het wetsvoorstel voor de herindeling Bommelerwaard door de Eerste Kamer.
Herindelingen worden complexer en meer omstreden: Overijssel (Twente van 22 naar 12 gemeenten en West-Overijssel van 20 naar 10) met onder meer de vorming van Twentestad door samenvoeging van Enschede, Hengelo en delen van Borne. In Noord-Holland zou de provincie optermijn graag heel West-Friesland tot een streekgemeente maken. Gedacht wordt ondermeer aan een stedenband aan de oostkant (Hoorn naar Enkhuizen) en een groene, agrarische zone er tegenover, twee componenten die steeds meer naar elkaar toe groeien. Vooralsnog ziet dat er niet naar uit. Allerlei andere opties zijn nog open.
